Emotionele ondersteuning bij MijnHerstel
Vanaf 16 februari bieden KOTA Rapportage en Stichting Lotgenotencontact samen emotionele ondersteuning aan voor ouders die kiezen voor de schaderoute MijnHerstel.
Zit jij deze route en merk je dat het je veel stress of spanning geeft? Dan sta je er niet alleen voor.
Wat houdt deze ondersteuning in?
Je krijgt gesprekken met een ervaringsdeskundige. Dit is iemand die zelf ook gedupeerd is en dus te maken heeft gehad met de toeslagenaffaire en hier veel ervaring mee heeft.
De ondersteuning is bedoeld om:
– rust te brengen
– naar je te luisteren
– je vertrouwen te geven
– je te helpen overzicht te houden
– je informatie bieden over het proces van MijnHerstel
We veranderen het proces van MijnHerstel niet. Maar we helpen je wel om er beter mee om te gaan.
Belangrijk om te weten:
– We geven geen juridisch advies.
– We helpen niet met bezwaarprocedures of schulden.
– Voor het voorbereiden en inhoudelijke vragen over MijnHerstel zelf kun je contact opnemen met het Serviceteam Schadeherstel Toeslagen van MijnHerstel via 0800-0200197.
– Als je problemen ondervindt bij het doorlopen van de digitale route van MijnHerstel kun je contact opnemen met het serviceteam Schadeherstel Toeslagen van MijnHerstel via 0800-0200197.
Voor wie is deze ondersteuning?
Deze ondersteuning is voor gedupeerde ouders die:
– zich hebben aangemeld voor de schaderoute MijnHerstel
– behoefte hebben aan emotionele steun tijdens dit traject
Hoe werkt het aanmelden?
Stap 1 – Bel naar de Lotgenotenlijn
Bel naar 030 – 442 0000 om je aan te melden.
Je krijgt een paar korte vragen, zoals:
- Hoe gaat het met je?
- Waar bevind je je in het herstelproces?
- Zit je in een aanvullende schaderoute?
We begrijpen dat de hele affaire maar ook dit proces emotioneel is, geef dat aan dan kunnen wij jou ondersteunen.
Stap 2 – Inschrijfformulier invullen
Na het telefoongesprek krijg je een link naar een formulier. Daarin vragen we bijvoorbeeld om:
– je naam en contactgegevens
– hoe het met je gaat
– of je al hulp krijgt van een advocaat of andere hulpverlener
– toestemming om je gegevens te gebruiken
Kun je het formulier niet zelf invullen? Dan helpen we je stap voor stap via de telefoon.
Stap 3 – We kijken welke ondersteuning bij je past
Na je aanmelding kijken Stichting Lotgenotencontact en KOTA Rapportage samen wie jou het beste kan helpen. Heb je al een contactpersoon bij KOTA of bij Stichting
Lotgenotencontact? Dan is er een kans dat je bij die persoon terecht kan, maar dat kunnen wij niet beloven. Wij proberen dit altijd wel te regelen zodat je niet opnieuw je verhaal hoeft te doen.
Soms is een paar gesprekken voldoende. Soms is er meer ondersteuning nodig.
We doen ons best om je zo snel mogelijk te helpen. Maar we kunnen geen vaste startdatum beloven. Dit hangt af van de drukte.
Hoe ziet de ondersteuning eruit?
De ondersteuning bestaat uit telefonische gesprekken of via videobellen.
Tijdens het eerste gesprek vertel jij je verhaal en kijken we samen wat je nodig hebt.
Daarna volgen nog een aantal gesprekken. Samen kijken we wat jou helpt om weer wat rust en overzicht te krijgen. En heb je later weer hulp nodig? Je mag altijd opnieuw bellen naar Stichting Lotgenotencontact. Ook als je eerder al
ondersteuning hebt gehad.
De samenwerking
Stichting Lotgenotencontact en KOTA Rapportage werken samen om ervoor te zorgen dat jij de hulp krijgt die bij jou past. Samen bieden wij emotionele ondersteuning en een luisterend oor. Wij houden hier rekening met eerdere contacten die je bij zowel Stichting Lotgenotencontact als KOTA Rapportage hebt gehad.
Caribisch Nederland
Woon je in 1 van de Caribische landen van het Koninkrijk? Dan kun je niet terecht bij de gemeente. Je kunt voor hulp en ondersteuning terecht bij de Belastingdienst Caribisch Nederland.
Brede Ondersteuning voor gedupeerden verlengd
Het ministerie van Financiën en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over de voortzetting van de brede ondersteuning voor gedupeerde ouders en jongeren binnen de hersteloperatie toeslagen. Deze afspraken sluiten aan bij het advies van de bestuurlijk regisseur Paul Blokhuis, dat door beide partijen volledig is overgenomen.
Sinds de start van de hersteloperatie in 2020 bieden gemeenten ondersteuning op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk/dagbesteding, wonen en zorg. De gemaakte afspraken bieden duidelijkheid over de toekomst van deze ondersteuning en de financiering ervan.
Uiterlijke aanmelddatum vastgesteld op 1 september 2027
Onderdeel van de bestuurlijke afspraken is dat ouders en jongeren zich tot 1 september 2027 kunnen aanmelden voor brede ondersteuning bij hun gemeente. Deze datum wordt wettelijk vastgelegd via een wijziging van de Wet hersteloperatie toeslagen.
Wie zich vóór deze datum meldt, behoudt het recht op brede ondersteuning tot maximaal twee jaar na het eerste gesprek met de gemeente, conform de termijnen van de Wht. Alle trajecten die binnen deze wettelijke termijnen vallen, kunnen daarmee worden afgemaakt.
Financiering via de Spuk geborgd
De financiering voor gemeenten via de specifieke uitkering (Spuk) blijft voor de komende jaren geborgd. Hiermee ontstaat meerjarige zekerheid voor zowel de uitvoering door gemeenten als voor de ondersteuning aan ouders en jongeren.
Belang voor ouders en jongeren
De bestuurlijke afspraken bieden duidelijkheid over toegang tot ondersteuning, de looptijd van trajecten en de continuïteit van hulp. Daarmee krijgen ouders en jongeren voldoende tijd en zekerheid om zich – in hun eigen tempo – bij hun gemeente te melden.
Meer informatie
Het volledige overzicht van de bestuurlijke afspraken is te vinden in de Kamerbrief van 9 december 2025: “Bestuurlijke afspraken ministerie van Financiën en VNG inzake brede ondersteuning.”
Aanvullende schaderoute MijnHerstel nu live
Het informatie en aanmeldportaal voor aanvullende schade is vanaf 25 november beschikbaar. Via dit portaal kunnen gedupeerde ouders alle officiële informatie vinden over aanvullende schade en direct een aanvraag indienen.
Ook kunnen ouders via dit portaal een keuze maken tussen de twee schaderoutes:
- De MijnHerstel-route: hierbij doen ouders zelfstandig of samen met hun advocaat een aanvraag. Ouders kunnen hierbij zelf het tempo bepalen, schadeposten kiezen en documenten uploaden. Ook hebben zij de mogelijkheid
tot persoonlijke begeleiding van een medewerker of ervaringsdeskundige.
- De route via Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH): hierbij vertellen ouders hun verhaal aan een vrijwilliger schrijver die luistert en hen ondersteunt in het proces.
Kies je voor voor de SGH-route dan krijgen je direct contact met SGH zelf. Kies je voor MijnHerstel, dan kun je direct online starten via de omgeving van het ministerie van Financiën.
Beide routes maken gebruik van hetzelfde schadekader en worden afgesloten met een vaststellingsovereenkomst (VSO). De uitkomst is dus gelijk, maar de vorm van ondersteuning verschilt.
In mijn persoonlijk overzicht kunnen ouders zelf hun aanvraag en de stappen die daarbij horen volgen. Ook wanneer ouders toch een andere route willen kiezen is dat in het aanmeldportaal aan te geven.
Vragen of hulp nodig?
Het aanmeldportaal is te vinden via schadeherstel.toeslagen.nl. Er is een serviceteam beschikbaar dat klaar staat voor ondersteuning, zij zijn bereikbaar via 0800 020 01 97.
Veranderen, is zoeken. Proberen. En die zoektocht kan niet plaatsvinden als je moet strijden als ouder. Of moet overleven. Procesbegeleider Gijs Haanschoten over herstel van gedupeerde ouders: “Bij herstel hoort onzekerheid en ook het accepteren van een terugslag. De oplossingen vind je in de overgang. Dat is onrustig, maar zo gaat het wel.”
Je werkte al jaren met mensen die in armoede leefden. Veranderde je kennis en inzichten daaromtrent toch door het werk bij Het Ondersteuningsteam?
“Wat armoede met een mens doet, is heel persoonlijk. Want er zijn mensen met een heel kleine beurs die een prettig leven kunnen leiden. Armoede ondermijnt je pas echt als de mogelijkheden om mee te doen in de samenleving steeds verder worden dichtgetimmerd. En dat overkwam de gedupeerden van de toeslagenaffaire keer op keer. Doordat ze werden gepositioneerd als fraudeur werden alle wegen naar oplossingen versperd. Zelfs de schuldsanering werd ontoegankelijk. De overheid die als vangnet moet fungeren, verergerde de problemen en sneed de toegang tot hulp af. De toeslagaffaire zaagde aan de stoelpoten van bestaanszekerheid.”
Heeft je werk bij het Ondersteuningsteam je blik op het systeem veranderd?
“Ja, toch wel. Ik werkte altijd met het credo alles in Nederland is op te lossen. Maar daar ben ik voorzichtiger in geworden. Niet voor deze ouders in elk geval. Toen zij ‘rock bottom’ zaten, gaf het systeem ze geen enkele uitweg uit de gecreëerde situatie. De staat zelf was de grootste bedreiging geworden. De kloof tussen iemands eigen leven en de wereld van het systeem werd steeds groter. Schulden, armoede en trauma wordt ondraaglijk als er geen oplossingen zijn en er geen enkel vangnet meer is dat jou helpt.”
Wat gebeurt er als je als mens geen ruimte krijgt om terug te veren?
“Als je niet naar oplossingen kunt zoeken, kom je in de overlevingsstand te staan. Deze ouders leven door de enorme financiële stress met de dag en verliezen daardoor het zicht op de toekomst. Ze moesten en moeten vechten voor hun bestaansrecht. Dat maakt de relatie met zorg- of hulpverleners ook zo moeilijk, omdat je steeds dieper getraumatiseerd raakt door je strijd tegen hoogopgeleide personen die jouw problemen soms verergeren.”
Extra pijnlijk: ouders kregen soms wel hulp, maar het was hulp die niet hielp.
“Ik ondersteun een moeder waar ik laatst vijfentwintig hulpverleners telde die om haar heen stonden. Mensen van Veilig Thuis, jeugdbescherming, politie, dat is de jeugdbescherming, de gemeente … Allemaal mensen die aan het gezin duwen en trekken. Los van het feit dat zij en haar kinderen veel, heel veel, uitdagingen hebben, is het totaal niet realistisch dat al die professionals iets voor haar kunnen betekenen. De verwachting lijkt te zijn dat zij de veelheid aan specialistische professionals aan elkaar verbindt, maar zij is door het overleven daartoe niet instaat. En wie wel, in alle eerlijkheid? Uit die frustratie gaat deze moeder als een woeste krijger tekeer tegen alles en iedereen. Het enige wat ik dus doe als ik bij haar ben, is luisteren. Ik blijf naast haar zitten. Het kostte de eerste keer een paar uur voordat ze was uitgeraasd en ‘voorbij’ haar frustraties was. En de tweede keer, begon dat gewoon weer overnieuw. Toch komen we steeds sneller op het punt dat we kunnen praten. En dan pas komt er een rustpunt. Die rust is het startpunt om elkaar te snappen en waarop hulp, die zij zelf ziet als helpend, kan aanhaken.”
Als procesbegeleider ondersteun je alleen de ouder. Je bent niet verantwoordelijk voor de gevolgen op het gebied van bijvoorbeeld de veiligheid. Een van die hulpverleners kan nu denken: makkelijk praten …
“Klopt. Toch denk ik dat luisteren essentieel is. Veel hulpverleners werken vanuit een afgebakende opdracht en pakken een deel van het probleem op. Zo focust jeugdbescherming zich op die veiligheid van het kind. Die hyperfocus is begrijpelijk, maar niet helpend als je kijkt naar het geheel. Want vanuit die gedachte ligt de schuldvraag bij het individu en niet bij de context van het systeem. Ik hoop dat we steeds meer holistisch gaan kijken; wat zijn alle factoren die op dat gezin inwerken en wat is de geschiedenis van de gezinsdynamiek? Wat zijn de interventies die mogelijk zijn? Wat is haalbaar? Waar liggen de grenzen van een ouder? Je kunt niet de complexiteit opzijschuiven en alleen aan de gang met ‘jouw’ stukje. Dus pas als mensen voelen dat alles van hen gehoord wordt, ontstaat zicht op de angel van de problemen. Pas dan is er verandering mogelijk.”
We verwachten vaak van een ouder dat hij of zij met een hulpverlener een stijgende lijn oppakt.
“Ook dat is een denkfout. Het brein van persoon die in de overlevingsstand staat, werkt als een oude telefoon die je te veel opdrachten geeft. Alles blokkeert. Voor perspectief op de langere termijn is denkruimte nodig en is het zoeken naar rust door de meest urgente zaken weg te nemen een voorwaarde. Daarna moeten we niet bang zijn dingen te proberen, ook dingen die kunnen mislukken. Want onze tweede reflex is dat alle hulp moet lukken. Maar bij een herstelperiode hoort onzekerheid en het accepteren van een terugslag. In die zin hoort onrust bij herstel. Ieder mens moet zijn of haar eigen stappen zetten. Niemand doet alles in een keer goed. Dat moeten we verdragen, anders kom je nooit bij een solide basis dat ouders op eigen kracht verder kunnen.”
Er is geen recept voor goede hulp …
“Een proces om te veranderen, is een zoekproces. En de verandering zit in de tussenruimte. We zijn geneigd hulp te classificeren als gelukt of mislukt. Maar, de muren tussen lukken en mislukken zijn hoog, of worden voor mensen steeds hoger gemaakt. Mensen kunnen alleen veranderen door proberen. De oplossingen vind je dus in de overgang. Dat is onrustig voor de hulpverlening, maar zo gaat het wel.”
Onrust is in bepaalde mate dus helpend?
“Uit rust en stabiliteit voor de hulpverlener ontstaat beheersbaarheid, maar geen verandering. De status quo die je krijgt met rust belemmert dus vooral de kans op positieve verandering voor de ouder en het gezin.”
Wat vraagt een verandering dan wel?
“Een fase van onrust, om een sprong in het diepe. En dat is ongemakkelijk en spannend. In ons werk voor het Ondersteuningsteam zijn wij daarom bezig met de tussenruimte, tussen de status quo en mogelijk herstel. Een tussenruimte waarin niets zeker is en de beheersbaarheid minder is, maar die nodig om tot een nieuwe situatie van herstel te kunnen komen. Voor de samenleving als geheel hoop ik dat wij ook bijdragen aan het geven van een plek aan ongemak. Hoe verruimen wij de stadsmuren van onze samenleving zo dat er meer mensen met hun diversiteit van levenswijzen in passen en minder erbuiten vallen? Volgens mij maken we de zorg daarmee weer betaalbaar.”
Wat zou je de Gijs van tien jaar geleden willen leren?
“Ik werkte toen voor mensen met problematische schulden en multi-problematiek door het inzetten van vrijwilligers. Ik zou nu zeggen: breng sneller het formele en informele netwerk bij elkaar. Want alleen samen versterk je elkaars specialismen en inzet en voorkom je dat de persoon in kwestie zijn eigen crisismanager moet zijn.”
Intense armoede, diepe sporen van wantrouwen en inefficiënte samenwerking in de keten: dit is wat de zorgprofessionals in het Ondersteuningsteam aantroffen toen zij startten met hun opdracht. Het zorgde voor twijfel aan alles wat zij dachten te weten en te kunnen doen in de jeugdzorg. Het team, dat bestond uit diverse ervaren professionals, wist één ding zeker: het moest anders. Maar hoe? Pas op het moment dat zij deze vraag durfde te stellen en zichzelf toe stonden om te twijfelen, werd duidelijk wat er veranderd kon worden in benadering, houding, denkpatronen en werkwijzes om ouders en kinderen beter te ondersteunen. Juist door die twijfel wist het team doorbraken te forceren in vastgelopen processen en contactherstel in gezinnen. Wat zijn die twijfelmomenten die het werk en aanpak deden kantelen?